Datum laatste wijziging: 03-11-2011

Onderwijsverslag 2009

De meeste Nederlandse scholen bieden onderwijs van voldoende kwaliteit. Maar niet alle leerlingen profiteren daar in gelijke mate van. Dit concludeert de Inspectie van het Onderwijs in haar jaarlijkse Onderwijsverslag. Ze vraagt speciale aandacht voor leerlingen die extra zorg verdienen, voor de kwaliteit van de examinering en voor de basisvaardigheden.

 

De kwaliteit van de examinering niet altijd gewaarborgd

De samenleving moet kunnen vertrouwen op de kwaliteit van de examens. Het samenstellen en afnemen van examens verloopt te vaak niet goed bij scholen en instellingen in het voortgezet onderwijs, het mbo en het hoger onderwijs. Hierdoor loopt de betrouwbaarheid van diploma's gevaar.

Op 15 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs bestaat een verschil van meer dan een halve punt tussen de cijfers op het schoolexamen en het centraal examen. Leerlingen compenseren hier lage cijfers op het centraal examen met hogere cijfers op het schoolexamen dat de school zelf samenstelt en beoordeelt. Ze hebben hierdoor niet allemaal dezelfde kans om te slagen. In het niet-bekostigd onderwijs zijn de verschillen nog veel groter.

Vmbo-scholen houden zich bij het centraal schriftelijk en praktisch examen in de basisberoepsgerichte leerweg maar zelden aan de regels. Examinatoren helpen bijvoorbeeld leerlingen tijdens het examen. Slechts 4 procent van de examinatoren leeft de voorschriften voor afname volledig na.

 

Bij een op de vijf mbo-opleidingen voldoen de examens niet aan de kwaliteitsstandaarden. Regelmatig dekken de examens niet de uitstroomeisen van de opleiding of zijn ze onvoldoende betrouwbaar. In het hoger onderwijs betwijfelen veel examencommissies of ze in kunnen staan voor de kwaliteit van de examens.